Reservaat 'De Keelman' 

Een klein reservaat, een grote biodiversiteit.

Er zijn altijd dieren en planten geweest op onze planeet die in de loop van vele duizenden, tienduizenden jaren zijn uitgestorven. Het is echter de eerste maal sinds  wij, mensen op deze planeet aanwezig zijn, dat wij over de impact beschikken, om op een tijd van ongeveer een paar honderd  jaar of minder, door onze negatieve invloed op onze planeet, de biodiversiteit in een zeer snel tempo te doen afnemen en dit in gans de wereld. Als de mens een grote impact heeft op de natuur dan kan die invloed ook ten goede worden gebruikt. We weten wat er verkeerd gaat en onze huidige 'rijke' samenleving beschikt  over de nodige middelen om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Zo zullen dan ook de toekomstige generaties nog kunnen beschikken over een zo groot mogelijke biodiversiteit, die tenslotte van essentiëeel  belang  is van alle leven op onze planeet.

Economische ontwikkeling en bevolkingsgroei zorgen voor een steeds verder voortschrijdende omzetting van natuurgebied in landbouwgrond en stedelijke infrastructuur. Dit effect is sterker dan oppervlaktestatistieken doen vermoeden. Versnippering van de overblijvende natuur, beïnvloeding van de waterhuishouding, lucht - en waterverontreiniging etc. dragen alle bij aan de vermindering van de biodiversiteit. Ook de landbouwgebieden worden door toenemende productie-intensivering steeds minder natuurlijk. Het gevolg is het uitsterven van dieren - en plantensoorten: een steeds verder teruglopende biodiversiteit.

Een wetenschappelijk onderzoek  stelt dat de Aids-epidemie is ontstaan door de aanslagen van de oprukkende economie op de leefgebieden van apen. Hij stelt dat bij voortgaande habitatvernietiging herhaling met andere, vergelijkbare plagen zeer waarschijnlijk is. Dit mechanisme is niet beperkt tot primaten. Een ander onderzoek heeft aangetoond dat de besmettingskans van mensen met de ziekte van Lyme lager is naarmate er zich meer diersoorten in de bossen bevinden die eveneens het virus kunnen dragen.

Het rapport ' Human Damage to Earth Worsening Fast ', van de Verenigde Naties van maart dit jaar bevestigd opnieuw dat degradatie van ons milieu nog steeds in snel tempo toeneemt. U.N. Secretary-General Kofi Annan  zegt , de studie toont aan hoe menselijke activiteiten milieu schade veroorzaken op een massieve schaal in gans de wereld, en hoe biodiversiteit - de basis voor leven op aarde - verminderd tegen een alarmerend tempo.

Dertien jaar geelden, in 1992, was er al in Rio de Janeiro het Verdrag inzake Biodiversiteit door 187 landen ondertekend. Hiermee hebben de landen, waaronder Belgie,  die dit Verdrag hebben ondertekend, aangegeven zich te willen inspannen voor het behoud van biodiversiteit. Dit is vastgelegd in de Convention on Biological Diversity 1992 (CBD). In deze conventie zijn drie doelen vastgesteld: het behoud van biodiversiteit, duurzaam gebruik en toegang tot genetische bronnen en een billijke verdeling van de voordelen die ontstaan uit het gebruik van de genetische bronnen. Uitgaande van ondermeer dit verdrag zijn er door de  Europese Unie tal van Europese wetten en richtlijnen opgesteld in verband met het milieu, die ieder Europees land moet opvolgen of omzetten naar een nationale wetgeving.

Bij het vaststellen van de kwaliteit van de natuur in een bepaald gebied wordt vaak gesproken over biodiversiteit. Dit houdt, simpel gezegd, in dat een gebied een hogere natuurkwaliteit bezit naarmate de diversiteit van de er levende organismen hoger is. Het begrip diversiteit bezit zowel een kwantitatief als een kwalitatief aspect. Een bepaald gebied is niet alleen belangrijk door het aantal soorten, respectievelijk het aantal individuen van één of meer soorten; ook de bijzonderheid van de soorten en de soortensamenstelling speelt een rol. Biodiversiteit betreft zowel de variatie in soorten, als ook de erfelijke variatie binnen soorten en de variatie aan levensgemeenschappen of ecosystemen.

Vlaanderen is een lappendeken van percelen, versneden door wegen, woningen, akkers en kanalen. Leefgemeenschappen van dieren lijden daar ernstig onder . Ze kunnen zich niet meer of niet ver genoeg verplaatsen, ze zijn ondermeer afgesneden van broedgebieden. Ook lawaaihinder en tal van verontreinigingen worden over een grotere oppervlakte uitgesmeerd. De voornaamste oorzaak van 'ruimtelijk wanorde' ,versnippering, is het systematisch bouwen op verkeerde plekken. Met lintbebouwing  en te verspreide bebouwing als gevolg. Nog altijd neemt de bebouwing toe waar ze het minst wenselijk is, in de (nog) open ruimte.
Vlaanderen bezit 58 000 ha historisch permanent grasland. Dit is een zeer diverse verzameling van soortenrijke graslanden. De oppervlakte van historisch grasland blijft achteruit gaan. De regelgeving ter bescherming van deze graslanden is onvolledig  en weinig effectief

Dottergraslanden zijn algemeen gesproken het fraaist ontwikkeld in het zuiden van Vlaanderen, en met name in de leemstreek. Zo vindt je langs de Molenbeek (Kerksken) op het grondgebied Denderhoutem, ter hoogte van de Expresweg N45 een schitterend soortenrijk grasland, in het reservaat De Keelman. Op dit soortenrijk grasland zijn niet minder dan 192 soorten planten geïnventariseerd. Uitschieters zijn zonder twijfel brede orchis, grote keverorchis en herfsttijloos. Naast de vermelde topsoorten komen natuurlijk ook nog een hele rits andere soorten voor die een aanduiding als dottergrasland zeker aantonen: veenwortel, kale jonker, grote ratelaar, watermunt, bosbies, echte koekoeksbloem, tweerijige zegge en gevleugeld hertshooi.

Graslanden zijn bij ons meestal kunstmatige biotopen. De vegetatie blijft er vrij open omdat er jaarlijks gemaaid wordt. Als er niet meer gemaaid wordt, komen er ook struiken in groeien en zal het grasland stilaan omvormen tot bos. We verschralen de bodem, we maken hem voedselarmer. Daardoor krijgen grassen en andere algemene soorten minder groeikansen. Dat speelt in het voordeel van een meer gevarieerde kruidenvegetatie. Naarmate een grasland soorten - en bloemrijker wordt, neemt de betekenis voor de fauna toe. Bloeiende planten trekken veel insecten aan, zoals vlinders en hommels. In soortenrijk grasland komen ook allerlei andere dieren voor zoals spinnen, sprinkhanen, graafwespen, mieren enz. Een aantal van deze soorten wordt niet meteen door iedereen gewaardeerd, maar is wel belangrijk voor het evenwicht in het ecosysteem en dient onder meer als voedselbron voor andere dieren. Een rijk insectenleven trekt dan weer andere dieren aan zoals vogels en amfibieën. Als we het maaisel bovendien afvoeren, putten we de voedselvoorraad van bepaalde plantensoorten uit, waardoor er meer plaats vrijkomt voor soorten die minder gebonden zijn aan een voedselrijke bodem. En juist deze soorten hebben vaak een belangrijke ecologische waarde. Landbouwgronden daarentegen moeten een zo groot mogelijke opbrengst geven. Daarom worden ze bemest en worden bloemen verdrongen door de hoog productieve gewassen. Dus om bloemrijke hooilanden (soortenrijk graslanden)  te krijgen wordt  ten minste één keer, en op voedselrijke bodems (leem of klei)  twee keer per jaar gemaaid en wordt het maaisel afgevoerd. Afhankelijk van de voedselrijkdom en de soortensamenstelling bij de aanvang kan het vijf tot tien jaar duren eer opnieuw een soortenrijke vegetatie ontstaat. Voor ons soortenrijk grasland op De Keelman wordt bij voorkeur gemaaid rond einde juli, begin augustus met afvoer van het maaisel. Dit beleid heeft de laatste jaren geleid naar een ondermeer steeds grotere populatie van brede orchis , van meer dan 500 in 1999 tot meer dan 1600 in 2004.

De vaak aangehaalde norm voor dottergraslanden van 50-60 cm beneden maaiveld waaronder het grondwater niet mag zakken wordt tegenwoordig meer niet dan wel gehaald. Het Dotterbloemgrasland is grondwater afhankelijk . Het water komt in de regel tot het maaiveld en mag eventueel ook kortstondig overstromen.  Vaak is die door menselijk toedoen bewerkstelligd, in de vorm van ontwateringgreppeltjes of slootjes. De overstroming kan natuurlijk zijn of door de mens bewerkstelligd. De aanwezigheid van kwelwater verhoogd de diversiteit van de planten en bloemen. Vermorsing (veranderingen ten gevolge van peilverhoging) kunnen zeer fataal zijn, delicatere soorten als orchideeën zijn erg verdrinkingsgevoelig.  

In de beekvallei langs deze Molenbeek vindt je dan ook nog naast het reeds vernoemde grasland ook nog verschillende andere (dotter)graslanden met een kleinere biodiversiteit. Hier is dan ook  een potentieel perceel, grasland, die met het nodige beheer zich waarschijnlijk kan ontwikkelen tot een soortenrijk grasland vergelijkbaar met  het reeds eerder beschreven soortenrijk grasland. Indien ook hier de brede orchis in de nabije toekomst zou voorkomen, zou dit een zeer goeie zaak zijn, als een tweede bron locatie voor een  reeds zeldzame plant.

De Brede orchis groeit op drogere terreingedeelten dan waar bijvoorbeeld de vleeskleurige orchis voorkomt, bovendien in minder venige en stikstofrijkere bodems dan waar de rietorchis voorkomt. In vergelijking met de gevlekte orchis groeit de brede orchis op plaatsen die onder invloed van een mineraalrijker type grondwater staan. In deze hooilanden kan ze omvangrijke populaties vormen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld vleeskleurige orchis en rietorchis vestigt de brede orchis zich zeer zelden in nieuwe terreinen, zoals bijvoorbeeld in opgespoten zandvlakten, daarnaast evenmin in pionier - en verlandings vegetaties.

Kleine landschapelementen (KLE) zoals hagen houtkanten en poelen kunnen een belangrijke bijdrage leveren tot de biodiversiteit in een gebied. Vlaanderen heeft een sterke traditie op landbouwvlak. Akkers zijn eeuwenlang een sterk bepalend element in onze lanshappen geweest. Vanaf de Middeleeuwen zijn akkers op de meest vruchtbare gronden aangelegd. De akkers waren omringd door houtwallen als veekering. Houtkanten, knotbomen, bomenrijen, bloemrijke weides en akkers zijn ontstaan in het landbouwschap. Kleinschalige landschappen bestaan uit een mozaïek van akkers en graslanden, bossen en kleine landschapselementen. Boeren legden kleine landschapselementen zoals hagen en houtkanten aan om hun grond af te bakenen en als afsluiting voor vee. Bovendien leverden ze allerlei geriefhout maar ook eetbare bessen en kruiden. Hun bescherming tegen wind, neerslag en erosie werden sterk gewaardeerd. Knotwilgen werden door boeren langs beken en grachten aangeplant om de oevers te verstevigen en de velden te ontwateren. Poelen bleken nuttig als drinkplaatsen voor vee. De wilde dieren die in en rond kleine landschapselementen aangetroffen werden, werden bejaagd en gevangen.

Kleine landschapelementen (KLE's) hebben  een habitat functie, een corridorfunctie en een bronfunctie. Als habitat functie vormen KLE's het woongebied of een deel van hun habitat. Iedereen kent wel een aantal poelen waarvan kikkers en salamanders gebruik maken als voortplantingsbiotoop. De verschillende KLE's  dienen ook als corridor functie, als verbindingswegen. Houtkanten, hagen en poelen vormen tussenstations of 'stepping stones' of corridors voor dieren of planten die zich ertussen of erlangs verplaatsen. Uit heel wat wetenschappelijke studies blijkt dat dergelijke verbindingswegen in een versnipperd landschap voor heel wat soorten belangrijk zijn.  KLE's vormen tenslotte ook een  bron functie voor populaties en die  kunnen van hieruit het omringde landschap koloniseren. Daarnaast vormen oude houtkanten een bron van autochtoon genetisch materiaal.
KLE hebben uiteindelijk ook een recreatief belang, een toeristisch belang. 
 
De huidige water kwaliteit op de Molenbeek is ter hoogte van de Keelman zeer slecht en het water is er dikwijls zwart en onaangenaam ruikend. Dat zuiver water in de Molenbeek zal leiden tot een meer waardevol natuurgebied is wel voor iedereen duidelijk. Tot 2003 werden door de VMM geen testen gedaan om de waterkwaliteit van deze beek ( 5078, tweede categorie ) te meten. Daarom werd de VMM gevraagd en heeft de VMM aanvaard om een meetpunt voor de biologische index (BBI) te voorzien op De Keelman.
Voor de beheerders van Natuurpunt Haaltert - reservaat De Keelman is het dan ook een grote uitdaging om er samen met anderen, ervoor te zorgen dat dit voor het jaar 2010 op niveau van viswater kwaliteit is . Het is dan ook duidelijk dat eens het water een goeie kwaliteit heeft bereikt het ook gans het jaar, jaar in en jaar uit, op dat peil moet blijven of nog moet verbeteren. Nadat Aquafin de collector werken in Kerksken zal uitgevoerd hebben in 2006 zullen er nog een aantal straten in Haaltert nog niet zijn aangesloten.

In de toekomst moeten dus de huishoudens in deze straten (rest lozingen) nog worden aangesloten op een collector van Aquafin en / of moeten kleinschalige waterzuivering worden ontwikkeld om de lozing van verontreinigd water verder terug te dringen.Tussen de twee spoorwegen komt de Molenbeek samen met de Wildebeek (6250). Aquafin werken op de Wildebeek zullen uitgevoerd zijn tegen 2007.Verder loopt de beek dan verder langs het industrie terrein van Erembodegem, waar de rioleringen van dit industrie gebied op een Aquafin collector zal worden aangesloten. Ter hoogte van de Welle meerschen mondt ze uit in de Dender. Hier kan men dus besluiten dat als de Aquafin werken in, Kerksken , ter hoogte van het industrie terrein in Erembodegem en op de Wildebeek, zullen zijn uitgevoerd, het water van deze beek van bron tot aan de monding met de Dender, zeer veel aan kwaliteit zal winnen.

Eens het water zuiver is kunnen de vissen vanaf de Dender pas migreren naar de Molenbeek indien er geen migratiebarrières (vistraps) zijn. Vismigratie is de verplaatsing van vissen van de ene habitat naar de andere, die functioneel is voor de overleving van de soort. Deze gedragsvorm wordt momenteel verhinderd door allerhande migratiebarrières op onze waterlopen. Type knelpunten kunnen ondermeer zijn, watermolen, duiker, sifon, stuw, rooster, gemaal, overwelving en afval . Een inventaris van deze knelpunten op de Molenbeek zal in het jaar 2006, door ons worden opgemaakt. AMINAL afdeling water houdt zich ondermeer bezig met dit project van vismigratie. Zo kunnen we er mee helpen voor zorgen dat wanneer het water zuiver is ook alle migratiebarrières tegen 2010 zijn verdwenen.

Autochtoon zijn planten en struiken die  sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd zich ter plekke slechts natuurlijk hebben verjongd, of kunstmatig vermeerderd met strikt lokaal materiaal .Inheemse bomen en struiken die goedkoop ingevoerd worden uit een andere klimaatszone, zoals uit Oost - en Zuid - Europa  zijn niet autochtoon. Een geïmporteerde zomereik uit bijvoorbeeld Bulgarije die bij ons aangeplant wordt in een herbebossingsprogramma, is wel inheems, maar niet autochtoon. De plaatsen waar in Vlaanderen nog autochtone bomen en struiken groeien nemen af in een snel tempo alsook de kwaliteit ervan. Oorzaken als het eeuwenlange proces van intensief bosgebruik en ontbossing en de schaalvergroting in de landbouw is genoegzaam gekend. Autochtoon plantmateriaal is aangepast  aan het klimaat en de bodem en dit door een lange selectie. Daarnaast is het gebruik van autochtoon plantmateriaal ook goed voor het behoud van de plaatselijke biodiversiteit. De laatste eeuwen, en vooral de laatste decennia, is op wereldvlak zowel migratie als uitsterven van soorten in een ware stroomversnelling geraakt. Probleem met de exoten, recent ingevoerde soorten, is het feit dat ze, door een gebrek aan natuurlijke vijanden ondermeer, de eigen soorten kunnen verdringen. Het aanplanten van hagen en koutkanten op De Keelman gebeurt dan ook uitsluitend met autochtoon plantmateriaal.

Cultuur historisch landschapselementen dragen soms nog de sporen van vroegere bewoners. Het is van het grootste belang die sporen te bewaren om te weten wie we zijn. Gewapend met allerlei gereedschappen schiepen onze voorouders  hun eigen landschappen met nieuwe inrichtingselementen als dijken, sloten, sluizen, wegen , molens, knotwilgen, hagen, houtkanten en poelen. Deze cultuurhistorische elementen zijn immers de rechtstreekse overblijfselen van de ontginningsactiviteiten van onze voorouders. Het inventariseren van alle cultuur historische landselementen in en rond De Keelman is dan ook één van de taken die gedurende de volgende jaren zullen worden uitgevoerd om daarna de nodige onderhoudswerken uit te voeren.

Om de biodiversiteit voor het soortenrijk grasland op De Keelman te behouden en te vermeerderen  is dus het aanplanten van hagen, een houtkant en het graven van een poel aangewezen. Haag en houtkant  zijn reeds aangeplant en dit jaar wordt een bestaande poel uitgebreid. Nadien moeten de haag, de houtkant en de poel ook worden onderhouden. Verder wordt dit jaar ook,  de waterkwaliteit van het kwelwater gemeten., wat moet leiden tot steeds meer kennis van dit gebied waardoor later bij eventuele problemen op een snelle en goeie manier kan worden ingegrepen. Het verstaan van alle ecologische verbanden in en buiten dit reservaat moeten leiden tot duidelijke en goed gekozen doelstellingen waarvoor dan de nodige maatregelen moeten worden genomen, die allemaal samen moeten leiden tot een goed beheerplan. Opvolging van de waterkwaliteit van de Molenbeek gedurende de volgende jaren is dan een controle voor de goeie operationele werking van Aquafin. Oplossingen voor de rest lozingen, die de verantwoordelijkheid zijn van de gemeentes, waarvoor ze de nodige werken zullen moeten uitvoeren, zullen er dan nog toe leiden dat later de waterkwaliteit steeds verder toeneemt. 

Referenties:

-Module natuurbeheerder, Educatief Bosbouwcentrum Groenendaal vzw, natuurpunt Educatie
-Natuurbeheer, Davidsfonds/Leuven
-Website : http://www.imsa.nl/nl/content/knipselmap/Gezondheid.html
-Artikel van Marcel Bovy, verschenen in Health Management Forum, 9e jaargang, nummer 1, maart 2003
-Website : http://www.wegen.vlaanderen.be/wegen/bermen/bermbeheer/graslanden.php
-Website : http://www.landschapsbeheer.com/default.asp?index=520

Guido Van Rossen
guido.van.rossen@telenet.be