Afrika is hoop

Een verhaal van angst, woede, vernedering en geen hoop, waarvan de geschiedenis van alle
mensen op deze wereld vol van zit, is ook het verhaal van de slavenhandel.

Samen met zijn vrouw Michelle en hun kinderen heeft President Obama, tijdens zijn bezoek als
Amerikaanse President aan Ghana, begin juli 2009, ook in Cape Coast het slaven fort bezocht. Ook
Michelle haar voorouders zijn hier gepasseerd, in één van de vele slaven forten langs de West
Afrikaanse kust, samen met miljoenen anderen. Hier komen dan ook jaarlijks vele Afro-Amerikanen
op bezoek, een heel emotionele ervaring en zeker niet alleen voor Afro-Amerikanen. In de kelders
van dit fort werden eerst goederen opgeslagen, gebruikt als ruilobjecten voor ondermeer goud en
diamant. Later werden deze kelders gebruikt om andere kostbare ‘goederen’, slaven op te
sluiten. De totale verbijstering van deze mensen om vast te stellen op welke barbaarse manier ze
werden behandeld, ook vrouwen, kinderen en hun gerespecteerde ouderen. In deze kleine donkere,
stinkende, natte kerker, is het alsof de muren, die zich nu nog steeds in een exact onveranderde
staat bevinden als vroeger, nog de enorme angst en de onbeschrijfelijke woede van de vele
Afrikanen die hier passeerden, uitbraken. Nadat ze soms maanden verbleven in deze kerkers
werden ze verscheept naar Amerika om daar als slaven te gaan werken op de plantages, waarvan
velen de onmenselijke omstandigheden van de overtocht nog niet eens overleefden. Het nieuwe
continent, voor sommige het beloofde land, voor anderen een land zonder hoop en wat de slaven
toen nog niet wisten, nog voor vele andere volgende generaties. In een nabije kamer is er een
spleet in de muur (the door of no return) waardoor alle slaven door moesten en uitgaf op de boten
die daar naast het fort klaar lagen. Voorbij dit punt was er voor niemand van hen nog een
terugkeer mogelijk.

Obama’s vader was een schaapherder in een klein dorpje in Kenia, dat waarschijnlijk nog niet op
de kaart voorkomt, zeker toen niet. Zijn grootvader een zeer gerespecteerde oudere in zijn dorpje
werd door zijn werkgevers het grootste deel van zijn leven aangesproken met ‘boy’. Zijn vader zal
uiteindelijk kunnen gaan studeren naar Amerika, zo ver weg, dat ze in dat kleine dorpje zelfs nog
geen kaart van hadden.

Dan komt de grote overwinning, hij wordt de president van Amerika.
Zij kennen het grotere verhaal van Afrika, de tragedies en de overwinningen. Wat hen siert is
natuurlijk dat na hun ‘overwinning’ ze nog steeds terdege bewust zijn van de angst, de woede, de
vernedering en de hoop, dat als een leidraad door het tragische Afrikaanse verhaal loopt, hun
achtergrond, tot op de dag van vandaag.

Afrika is bang voor zijn toekomst (onvoldoende voedsel, onderwijs, gezondheidszorg,
opportuniteiten en democratie), er is woede (de vele conflicten), er is vernedering (zelfs de
barbaarse manier waarop ze elkaar soms behandelen). Het enige wat overblijft is hoop.

Onze tragedies en onze overwinningen zijn net die dingen die ons binden met alle andere mensen
op deze planeet.

Afrika met zijn vele tragedies en weinige overwinningen.
Wij met onze vele en grote overwinningen samen met de nog talrijke tragedies in de rest van
wereld.

- Jeffery Sachs
De tragische ironie van dit ogenblik is dat de rijke landen zo rijk zijn en de arme landen zo arm ,
dat enkele tienden van één procent van het bnp van de rijke landen, gespreid over de komende
decennia, zouden kunnen bereiken wat nooit eerder mogelijk is geweest in de geschiedenis :
voorzien in de basisnoden voor gezondheid en opvoeding voor alle arme kinderen in deze wereld.

- Lester Brown
Hoeveel tragedies moeten we nog meemaken vooraleer we beseffen dat het echt wel mee van ons
afhangt of deze wereld een veilige en welvarende plek wordt, niet alleen door militaire sterkte maar
door het leven zelf te respecteren.

Ik wil het graag zien als de wijsheid van al die in Afrika zeer gerespecteerde dorpsouderen, dat
hier als het ware samenkomt als een speerpunt in de vorm van een Afro-Amerikaanse President ,
om onze wereld met die wijsheid te helpen om problemen op te lossen.

In een klein onbeduidend dorpje in Ghana komt er een nieuwe goudmijn. De goudprijs heeft een tijd
hoog gestaan en nu proberen goudmijn bedrijven nieuwe mijnvergunningen te krijgen om
goudmijnen te exploiteren, waar het vroeger te duur zou zijn geweest. In dat kleine dorpje ben ik in
gesprek met een wijze oude grijze man. Hij leeft daar in omstandigheden met minimaal comfort,
nochtans beschikt hij toch over elektriciteit. Hij zit zich buiten op zijn kleine veranda, in feite het dak
dat op die plaats een beetje verder uitloopt, met de hand te scheren. Niettegenstaande hij over
elektriciteit beschikt heeft hij geen elektrisch scheerapparaat. Hij verontschuldigt zich, op een
manier alsof hij het niet echt meent, daar hij zich op zijn gemak verder scheert, althans volgens
mijn interpretatie, een westerling. Zelfs zonder dat hij zich gescheerd zou hebben, straalt zijn
gezicht iets uit wat doet denken dat hij zeker wel een belangrijk man is in dit dorpje, in dit geval
een zeer gerespecteerde dorpsoudere, een vertegenwoordiger van het dorpsbestuur. Op de vraag
waarom hij zich inzet voor deze gemeenschap, komt een heel eenvoudig antwoord, dat is wat mijn
vader lang voor mij ook al deed. Het scheermes heeft de mooie glans van een blinkend mes al lang
verloren, de scheerborstel is een korte stomp, met de scheerzeep wordt op een zuinige manier mee
omgesprongen. Voordat het gesprek verandert in de richting van alle mogelijke problemen die een
nieuwe goudmijn zou kunnen veroorzaken vertelt hij mij eerst nog heel fier dat zijn zonen in the UK
hebben gestudeerd. Ik kan me in de verste verte niet voorstellen welke opofferingen hem dat
allemaal moet hebben gekost. Ik bedenk onmiddellijk, natuurlijk heeft hij geen elektrisch
scheerapparaat. Verder hebben we het over de economische, sociale en ecologische problemen die
deze nieuwe mijn met zich zal meebrengen en waarvan hij tot mijn grote verrassing zeer goed van
op de hoogte is. Hij hoopt minstens dat een aantal jongeren van zijn dorpje er misschien werk
zullen vinden als chauffeur van de grote enorme vrachtwagens, gebruikt voor het vervoer van het
gouderts, of van een gewone wagen met airconditioner, voor het vervoer van buitenlandse
werknemers of bezoekers. Ook een job als bediende in de beveiligingsdienst van de nieuwe
goudmijn, behoort tot de mogelijkheden. Jobs enkel voor de duur van 16 jaar, want dan loopt de
mijnvergunning ten einde. Hij vreest dat uiteindelijk mensen vanuit de verre hoofdstad, Accra het
werk zullen krijgen. Daar zijn mogelijke werknemers met een minimum opleiding en ervaring
gemakkelijk aan te werven. Pas een paar dagen later realiseer ik mij ten volle wat daar gebeurt is,
mijn vader heeft gans zijn leven zich ingezet voor de vakbond en hier sta ik ergens in Afrika in een
klein, niet eens op de kaart voorkomend dorpje, en ik maak me samen met deze oude grijze man
zorgen over de werkgelegenheid voor de lokale jongeren om uiteindelijk de lokale
levensomstandigheden, hopelijk voor iedereen, te kunnen verbeteren. Een paar dagen later, voor
mijn vertrek terug naar Accra krijg ik een verzoek hem nog eens op te zoeken. Ons gesprek sluit
dan af met mijn belofte dat ik zal helpen. Maar onmiddellijk realiseer ik me dat ik daar zo weinig
kan aan doen. Het enige wat hij heeft is hoop. Hoop dat de huidige jongere generatie zich een beter
leven kan veroorloven. Bij het buiten gaan bedenk ik dat zelfs deze hoop nog veel te hoog
gegrepen is.

Guido Van Rossen
E-mail : guido.van.rossen@telenet.be
Guy verhofstadt
Antwoorden
Luc Huyse