Vertrokken uit Bremmer haven, Duitsland op 27/06/1977 met een Pools schip Franciszek Zubrzycki naar Amerka. Het was een Pools container schip met een bemanning van 39 en plaats voor 12 passagiers, gebouwd in 1970,  bij  de scheepsbouwwerf  Stocznia di Danzica in Gdansk, Polen.

Samen met de bemanning heb ik 3 weken lang doorgebracht op dit schip, mij verstaanbaar gemaakt met een beetje Engels, veel gebarentaal en een aantal Poolse woorden geleerd op het schip zelf, samen gegeten, ons 's avonds samen geamuseerd, veel vodka gedronken. Pas jaren later, wanneer ik reeds vele malen naar Moskou, en andere voormalige Oost-Blok landen ben geweest voor mijn job zal ik pas gaan beseffen waarom ook deze Polen, steeds weer, bij iedere gelegenheid grote hoeveelheden vodka naar binnen werken. Het is het communistisch systeem dat  mensen onderdrukt, een systeem waar iedereen steeds gecontroleerd wordt, je door iedereen kunt worden verraden, zelfs door je eigen gezinsleden, dat mensen aanzet tot overmatig gebruik van vodka. Het is een manier om veel van je vrije tijd door te brengen, met vrienden, enkel vrienden die je honderd percent vertrouwd, want je zou al kritiek kunnen geven op het systeem, terwijl je dronken bent. Het zingen van oude Russische liederen, de muziek van ondermeer de balajaika.

Het is vrijdag morgen 5 uur en wij staan  samen  op de brug van de Zubrzycki. Ook enkele bemanningsleden die geen dienst hebben zijn aanwezig om te genieten van het steeds opnieuw overweldigend schouwspel  en om als eerste vanuit de verte de eerste contouren van New York te herkennen  om  daarna deze steeds groter te zien worden. Eindelijk , ik herken iets wat lijkt op the Statue of Liberty .Terwijl we dichter bij komen wordt het beeld steeds duidelijker, groter en ook steeds imposanter. Hoe ontzaggelijk veel immigranten zijn op deze zelfde manier de eerste keer in New-York aangekomen. Ze hebben waarschijnlijk ook  uren lang zitten turen, terwijl hun gemoedstoestand veranderde van een soort van gelukzaligheid door het uitzicht op een beter leven en terzelfder tijd een angst voor het nieuwe, het onbekende . Zal het beloofde land beantwoorden aan hun verwachtingen. Zullen familie leden of  vrienden die vroeger  zijn geëmigreerd naar Amerika, op hen, zoals beloofd, staan te wachten. Op mij staat  er  niemand te wachten.

In de jaren 20, na de eerste wereld oorlog  is ook een De Saedeleer, een broer van mijn grootvader langs moeders kant, ook hier met het schip de Campania, voor de eerste keer toegekomen in New-York. Pas veel later, zal ik op het internet in een databank waar alle immigranten die via Ellis Island in Amerika arriveerden, zijn opgenomen, zijn naam met een aantal gegevens terug vinden.

We komen steeds dichter bij Manhattan,  New-York ontwaakt in een steeds veranderend kleurenspel van het eerste daglicht, de steeds verminderende mist, de geelachtige - oranje straatverlichting en de steeds toenemende koplampen van de massaal toenemende auto's. Wat een manier om de eerste keer in New-York aan te komen. Een schouwspel dat uren duurt.

Een beetje later is New-York ontwaakt, in het volle daglicht zijn plots de mooie kleuren  verdwenen. Het is alsof je ontwaakt uit een droom. Je komt nog dichter bij Manhattan, plotseling zie je New-York zoals het werkelijk is, je ziet nu ook de mensen die als in een mierenhoop van her naar der lopen, de eindeloze stroom van auto's in elke richting waarin je ook maar kijkt en waar alle gebouwen, wolkenkrabbers blijken te zijn.
     
Weer uren later meren we aan in New Yersey. Mijn zorg voor het ogenblik is, hoe ver zijn we hier verwijderd van het centrum van New-York. Kan ik een taxi nemen, hoeveel zal dat kosten, kan ik openbaar vervoer nemen, dat is toch veel goedkoper. Ik kan niet wachten om New-York te verkennen en neem toch een taxi die me langs Lincoln tunnel tot het einde van de 42 second street, in de buurt van the United Nations, me naar  het Hotel Tudor brengt , nu het Crone Plaza hotel.

Iedere vierkante meter in New - York is optimaal gebruikt, het hotel is een smalle hoger toren van meer dan 30 verdiepingen. Mijn hotelkamer is klein. Bij het binnenkomen in mijn kamer samen met de hotelbediende zie ik dat de tv reeds is aangeschakeld en dat er reeds op de vroege vrijdag morgen reeds de nieuwsberichten zijn te bekijken. Het is 1978, het was een raar gevoel voor een Europeaan om op dit moment van de dag de nieuwsberichten te kunnen bekijken. Toen ik  jaren later voor de eerste keer CNN zag op een tv in een hotelkamer in Afrika, moest ik  terug denken aan dit ogenblijk. Verder lag op het nachtkastje een bijbel. Een koelkast met drankjes. Wat een luxe. Het is zomer en het is warm, de airconditioner, gemonteerd in het raam staat te draaien met veel kabaal. Hier ben ik dan, voor de eerste keer in een hotelkamer, op een ander continent, na een bootreis van 3 weken, zover weg huis.

Voor mijn vertrek heb ik het telefoonnummer opgezocht van Madeleine De Saedeleer, de dochter van  die De Saedeleer die was geëmigreerd en wonend in de buurt van Detroit in de buurt van de meren. Het eerste wat ik doe als de hotelbediende weg is, is telefoneren naar Madeleine. Ik herinner me dat ik een klein manneke was toen Madeleine op bezoek in Belgie, bij ons thuis op bezoek was. Ze gaf iedereen een briefje van een dollar, als symbool van hét beloofde land, althans naar haar idee. Later beseft ze ook wel dat ook België veel was veranderd. Na vier keer bellen neemt iemand de telefoon op, ik weet niet goed of ik in Engels of Vlaams moet beginnen praten . Het blijkt Madeleine te zijn, gelukkig ik kan Vlaams praten. Madeleine begrijpt niet goed waarom er gebeld wordt, iemand van een ver familielid uit België. Ik zeg dat ik pas ben aangekomen en op een hotelkamer zit in New-York. Van dan af heb ik niets meer in de pap te brokkelen, ik zal en moet op bezoek komen.

Ik vraag me hoe ver New-York verwijderd is van Detroit. Madeleine zegt me dat ik naar Dertroit zal moeten vliegen om bij hen het weekend door te brengen. Ik heb nog nooit een vliegtuig ticket gekocht en heb zelf nog maar één keer met een vliegtuig gevlogen. Ik neem een taxi naar een reisbureau om een ticket te kopen en terwijl de taxi zich door de overweldigende verkeersdrukte wringt kijk ik mij ogen uit, ben ik op zoek naar gebouwen die ik mogelijkerwijs kan herkennen. Ik herken de Pan Am buiding, ergens in de verte zie in het silluet van wolken krabbers, een toren gebouw die er bovenuit steekt, dat moet de Empire State building zijn. Daar moet ik zeker en vast de tijd voor nemen om die te bezoeken, om van op de hoogste verdieping, New-York te kunnen aanschouwen. Een beetje later komen we aan bij American Airways  en ik koop een ticket  om de volgende dag, zaterdag naar Detroit te vliegen. 

Bij mijn terugkeer naar mijn hotelkamer telefoneer ik Madeleine om haar te informeren over de aankomsttijd en het vluchtnummer. Zij zal zeker en vast mij opwachten op het vliegveld van Detroit. Ik kan niet wachten om New - York beter te leren kennen en ga naar de haven waar de grote pakketboten aankomen in Manhattan. Daar zijn ook boten waarmee je een rondvaart kunt maken. Ik kies voor een rondvaart die helemaal rond Manhattan vaart. In de verte zie ik de Statue of Liberty, ik zoek met mijn ogen Ellis Island, de plaats waar zo vele immigranten  de eerste keer in Amerika aankwamen. We varen naar het zuiden en kruisen de vaarroute waar ik 9 uur daarvoor ben gepasseerd met de Zubrzycki. Op de linker kant zie ik ook twee identieke 'towers' , dat moet het World Trade Center zijn. We varen onder de indrukwekkende Whashington brug. Op verschillende niveaus van de brug zie je een onophoudende stroom van auto's. Verder zie ik een gebouw, die ik herken van de tv. Ja dit moet het gebouw zijn van de Verenigde Naties.

Guido Van Rossen   December 2008