Vlamoven
Denderleeuw protesteert tegen uitbreiding leemwinning in Vlamovenkouter

De plannen van het Vlaams Gewest om het leemontginningsgebied in de Vlamovenkouter drastisch uit te breiden, vallen niet in goede aarde. Het schepencollege en de gemeenteraad gaven een negatief advies, hierin voorafgegaan door de gemeentelijke Landbouwraad en Gecoro. De Regionale Actiegroep Leefmilieu Dender en Schelde (RALDES) sluit zich aan bij het standpunt van het gemeentebestuur. De milieuvereniging organiseerde op 4 augustus 2005 een hoorzitting voor de Denderleeuwenaren.

Begin maart 2005 ontving het gemeentebestuur een verkenningsnota van de afdeling Natuurlijke Rijkdommen en Energie (ANRE) van het Vlaams Gewest over de leemwinning in de Vlaamse Leemstreek. In deze nota staan onder meer ingrijpende maatregelen voor de ‘uitbreiding 1 en 2 Aalstwegel te Denderleeuw’. Zo wordt er voorgesteld om het huidige ontginningsgebied van 18,5 hectare in de Vlamovenkouter uit te breiden met 29,5 hectare.

Het gemeentebestuur toonde zich meteen een grote tegenstander van het project en formuleerde in zijn adviezen enkele belangrijke argumenten tegen de uitbreiding van het leemontginningsgebied.

Geen noodzaak aan uitbreiding
Vooreerst bestaat er absoluut geen economisch dwingende noodzaak tot uitbreiding van het bestaande ontginningsgebied. Vandaag is slechts 30% van het huidige gebied ontgonnen, waarvan de helft in de periode 1950-1980 en de andere helft tussen 1980 en 2005. Voor 35% van het gebied werden wel al een milieu- en een bouwvergunning afgeleverd, maar zijn de terreinen nog niet afgegraven. Voor de resterende 35% zijn er nog geen vergunningen.

Dat maakt dat er in het bestaande gebied nog een reservevoorraad van 918.602 m³ is. De cijfers van de exploitant leren dat er van 1999 tot 2004 gemiddeld 6423 m³ leem per jaar uitgegraven werd. Aan dit ritme volstaan deze voorraden dus nog voor 143 jaar! Toch wordt voorgesteld om het gebied tot tweemaal toe uit te breiden, met in totaal 2.244.931 m³, dus een – waarschijnlijk speculatieve – reserve van zowat 350 jaar.

Onherstelbaar litteken in landschap
De landschappelijke impact van een massale leemontginning op de open kouter is enorm. Nu al heeft het actuele winningsgebied een kadastrale grootte van 18,5 ha, wat niet weinig is op een totale oppervlakte van 1377 ha. Een toename met 29,5 ha is meer dan problematisch voor een gemeente met een woondichtheid van meer dan 1237 inwoners per km².
Het hoogst gelegen punt van de kouter valt bovendien in het uitbreidingsgebied. De aftopping ervan zal dus zeker enorm storend zijn in het landschap. Zeker omdat men zinnens is om gemiddeld niet minder dan 9,80 meter af te graven, wat een onherstelbaar litteken in de reliëfvorming van de gemeente zal nalaten. De vijver aan de Vlamoven bewijst dit al, hoewel er momenteel ‘slechts’ 7 meter diep gegraven wordt.

Landschappelijk waardevol agrarisch gebied
ANRE respecteert zelfs haar eigen selectiecriteria niet bij de screening van mogelijke uitbreidingsgebieden. Want de voorgestelde uitbreidingen 1 en 2 Aalstwegel liggen in een volgens het gewestplan ‘landschappelijk waardevol agrarisch gebied’ en zouden dus niet weerhouden mogen worden in de lijst van locatievoorstellen.
De uitbreiding is ook manifest in tegenspraak met het goedgekeurd Ruimtelijk Structuurplan Denderleeuw. Hierin staat duidelijk dat landbouw de hoofdfunctie is in de open kouter, dat de landbouwgrond maximaal gevrijwaard moet worden en dat de uitgegraven leemontginningsputten een natuurlijke, zacht-recreatieve ontwikkeling (hengelvijver, wandelweg…) moeten krijgen en dus geen stort voor afval of baggerspecie mogen worden. Daarom heeft de Gecoro de uitbreiding ongunstig geadviseerd. Anders komt de goede ruimtelijke ordening van de hele gemeente in het gedrang.

Extern onderzoek
Het is steeds de constante visie van het gemeentebestuur geweest om de onontgonnen gebieden in hun huidige staat terug te geven aan de landbouw en niet om de huidige winningsgebieden nog uit breiden.
Daarin staat het niet alleen. Om zijn advies over de uitbreidingen voor te bereiden, heeft het schepencollege een extern bureau aangesproken. De conclusie van hun onderzoek is duidelijk: aan dergelijk uniek landschap kan niet geraakt worden, laat staan afgevlakt.
Talrijke wetenschappelijke studies, in het kader van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan, het afbakeningsproces Regionaal Stedelijk Gebied Aalst en de Landschapatlas van het Vlaamse Gewest, komen tot dezelfde resultaten: de waardevolle kouter is van het allergrootste belang voor Denderleeuw.

Doodsteek voor de landbouw 
De plannen van het Vlaams Gewest zouden de definitieve doodsteek voor de weinige nog actieve landbouwbedrijven in onze gemeente betekenen. Als een donderslag bij heldere hemel verliezen zij dan elk perspectief op een rendabele uitbating van hun bedrijf.
Het zijn ook de meest vruchtbare gronden die aan de landbouwers ontnomen worden. De uitgegraven putten zullen een sterk negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de landbouwgronden rond de ontginningszone. Door verdroging zal de huidige hoge kwaliteit van de cultuurgrond er drastisch op achteruitgaan.
Nochtans gaat ANRE er ook vanuit dat de grond na ontginning teruggegeven moet worden aan de landbouw, zonder opvulling en met vrijwaring van de kwaliteit van de ondergrond. Uit ervaring weten de landbouwers echter dat er in plaats van vruchtbaar akkerland enkel een drassig en waterziek gebied overblijft.
De leefbaarheid van de landbouwsector wordt hier dus totaal opgeofferd aan de speculatieve economische belangen van de steenbakkerijsector. De landbouwraad besluit in haar advies dan ook dat de voorziene uitbreiding totaal ongewenst is.

Verkeerschaos
Het huidige ontginningstempo bedraagt gemiddeld zo’n 6423 m³ per jaar. Hiervoor zijn ongeveer 920 vrachtwagens nodig of 1840 ritten. In de periode dat er leem afgevoerd wordt, per jaar meestal gebundeld in een periode van twee tot drie weken, zorgt dit voor een kleine chaos in de gemeente. Al deze vrachtwagens doorkruisen dan immers constant het centrum van de gemeente, langs de smalle Kemelbrug en het zeer drukke station.
Indien het gebied in de voorgestelde 25 jaar totaal ontgonnen wordt, betekent dit 3.163.553 m³ of 451.933 vrachtwagenladingen. Dus 36.154 transporten per jaar of 164 transporten per werkdag! Denderleeuw kan deze bewegingen onmogelijk afwikkelen.

Recreatief belang van de open kouter
De open kouter is van groot belang voor het vervullen van de recreatiebehoeftes van de bewoners van Denderleeuw en omstreken. Precies omwille van de schoonheid van dit landschap werden er talrijke wandel- en fietsroutes uitgestippeld en bewegwijzerd.
De recreatieve waarde van het gebied heeft ook geleid tot nieuwe initiatieven op het vlak van hoevetoerisme. Aan de rand van de kouter werd in Welle immers een verblijfsaccommodatie met gastenkamers opgericht.

Protesteren
Het gemeentebestuur is van oordeel dat de uitbreidingen 1 en 2 Aalstwegel niet weerhouden kunnen worden in het voorontwerp van bijzonder oppervlaktedelfstoffenplan voor leem. Het zal dan ook alle middelen aanwenden om te protesteren tegen de plannen van het Vlaams Gewest.

Datum: 9/9/2005
Denderleeuw.be

ACTIEDAG ZONDAG 6 MEI
laat de poten niet van onder jouw stoel zagen

Er hangt een schaduw over onze kouter…

Zoals jullie ongetwijfeld reeds hebben vernomen, heeft het Vlaams Gewest plannen om de Vlamovenkouter onherstelbaar te verminken door het bestaande leemontginningsgebied met maar liefst 30 hectare uit te breiden. Een dergelijke grootschalige afgraving zal het einde betekenen van één van de laatste stilteplekken in onze dichtbebouwde gemeente en meteen ook de doodsteek vormen voor de enige overgebleven landbouwbedrijven in Denderleeuw. Om nog maar te zwijgen over de geluidshinder en de verkeerschaos die de dagelijkse grondtransporten zullen veroorzaken. En dat allemaal voor bakstenen die bedoeld zijn voor de export!

Dat kan Denderleeuw, letterlijk en figuurlijk, niet slikken.

Guido Van Rossen
guido.van.rossen@telenet.be